Field Marshal Haig - "The Chief"

Douglas Haig werd op 19 juni 1861 geboren in Edinburgh, Schotland als telg van de bekende whisky-familie Haig, waar zijn vader aan het hoofd van het bedrijf stond. Op 18-jarige leeftijd wordt Douglas wees.

De jongeman is een uitstekend ruiter en erg bekwaam polospeler, die, zowel tijdens als na zijn studies te Oxford veel tijd aan paardensport besteedt. In januari 1884 vangt hij een opleiding tot officier aan te Sandhurst. Een jaar later vervoegt hij, als kersvers luitenant, het 7th (Queen's Own) Hussars. Tijdens het verblijf van de eenheid in India valt de jonge officier op door zijn zin voor discipline en analytisch vermogen. Gedurende de Boerenoorlog in Zuid-Afrika wordt hij korpscommandant van het 17th Lancers, in 1904 wordt hij gepromoveerd tot jongste generaal-majoor van het Britse leger.

Op 4 augustus 1914, de dag dat het British Empire betrokken raakt bij de Eerste Wereldoorlog voorspelt hij, als één van de weinigen, een langdurig conflict. Aanvankelijk voert hij het bevel over een Brits legerkorps, in december 1915 wordt hij bevorderd tot algemeen bevelhebber van de sterk uitgebreide Britse troepen aan het westelijk front, inbegrepen de vele Brits-koloniale eenheden. Samen met het Franse leger voeren de Britten een langdurige uitputtings- en slijtageslag, waarbij beide kanten enorme verliezen lijden. De slagen bij de Somme, Passchendaele (nu Passendale) en Verdun behoren tot de bloedigste van gans de oorlog. In november 1918 dwingt deze aanpak Duitsland op de knieën.

Na de oorlog zullen sommige Britse politici, waaronder voormalig eerste minister Lloyd George, de verantwoordelijkheid voor de vele Britse oorlogsslachtoffers op Veldmaarschalk Haig proberen afschuiven. Als militair zijn de mogelijkheden van Haig om zich tegen deze aantijgingen te verdedigen beperkt. Eerder dan hierop te reageren, wijdt hij zich vanaf dan volledig aan het welzijn van de teruggekeerde militairen, onder andere door de oprichting van organisaties als het Royal British Legion Scotland en het Royal British Legion. Bij de begrafenis (1928) van “The Chief”, zoals Douglas Haig door zijn mannen waarderend genoemd werd, staan de straten volgepakt met tienduizenden rouwende veteranen. Het indrukwekkend afscheid vormt de meest overtuigende vingerwijzing aan de critici van de veldmaarschalk, al zou het nog negentig jaar duren vooraleer een brede beweging op gang zou komen om de reputatie van de man in ere te herstellen.